Marcos-Morau_Studio.jpg
‘Een speelkamer waarin het kapotte speelgoed tot leven komt’

Interview met choreograaf Marcos Morau

Na de eclectische mix aan muziekstijlen in Pablo – zijn vorige productie voor Scapino Ballet Rotterdam – kiest de Spaanse choreograaf Marcos Morau in Cathedral voor één componist: Arvo Pärt, de Estlander die wereldfaam verwierf met zijn ijle, serene composities. “Als je Mozart of Schubert gebruikt heb je als choreograaf een oceaan aan complexiteit tot je beschikking. Bij Pärt heb je een half glas water. Je moet dus heel secuur zijn in hoe je dat water gebruikt.”

Luisteren naar Pärts muziek deed Morau (37) al veel langer. “Maar puur om mijn inspiratie op gang te brengen. Ik had nooit gedacht dat ik zijn composities in een productie zou gebruiken. Arvo Pärt is nu eenmaal toch een cliché. Zijn muziek is al door zoveel filmregisseurs, theatermakers en choreografen gebruikt en” – hij doet alsof hij een handdoek uitwringt – “uitgeperst.”

Toch is Morau niet bezig met hoe hij Pärts muziek ánders dan al die anderen zou kunnen toepassen. “Ik ben niet bezig met anders zijn, ik probeer mijzelf te zijn. Sinds mijn laatste productie voor mijn eigen gezelschap La Veronal, Pasionaria (dat zich afspeelt op een gelijknamige, denkbeeldige planeet – red), ben ik erg geïnteresseerd in de toekomst. In hoe opwindend of hoe verschrikkelijk het pad zal zijn dat wij de komende decennia en eeuwen afleggen.”

Hij realiseert zich dat de combinatie – Pärts muziek en een focus op de toekomst – niet direct vanzelfsprekend is. “Voor mij past Pärt heel erg bij de jaren tachtig en negentig. Je kijkt naar beelden van de Balkanoorlog en je hoort als het ware automatisch zijn muziek. Mijn uitdaging met Cathedral is: hoe verhoudt zijn muziek zich tot een surreële wereld.”

Ik wil niet uitleggen, mijn publiek geen ideeën opdringen.

 

Kinderlijke verbeelding

Over hoe hij die toekomstige, surreële wereld vormgeeft, wil Morau niet al te veel kwijt. “Ik wil niet uitleggen, mijn publiek geen ideeën opdringen. Wat niet betekent dat ik mij achter de abstractie van mijn werk verschuil. Ik vind het fijn om kaders te scheppen, mensen clous aan te reiken, maar ik laat het aan hen of ze die suggesties oppakken of niet.”

“Cathedral is”, zegt Morau, “iets wat ik in mijn hoofd heb, een kinderlijke verbeelding. Het is een speelkamer waarin het grotendeels kapotte speelgoed tot leven komt, als in een nachtmerrie. Je realiseert je dat de speeltjes, ofwel karakters, anders, minder organisch bewegen en zich anders tot elkaar verhouden dan je gewend bent.”

Het raakt aan zijn persoonlijke visie op de toekomst. “Ik denk dat we op sommige punten op de goede weg zijn, maar ik ben ook bezorgd. Zo vrees ik dat we met onze toenemende individualiteit en zelfredzaamheid de ander steeds meer aan het verliezen zijn. Iets wat zich ook vertaalt naar de politiek en naar onze omgang met de kunsten. Maar ik wil geen pessimist zijn. Ik geloof dat er nog tijd is om van koers te veranderen. Dat is ook wat ik uitdraag in mijn werk: ‘Kijk mensen, dit is de kant die we opgaan. Je hebt nu nog de kans om je pad te verleggen, om te gaan voor wat er echt toe doet’.”

Dansen met je hoofd

Net als in zijn producties voor La Veronal maakt Morau in Cathedral gebruik van de door hem ontwikkelde bewegingsmethode KOVA. “Het is”, zegt hij, “veel meer dan een danstechniek. Je kunt het zien als een tas vol hulpmiddelen, maar het is ook een ‘state of mind’. Ik vraag de dansers om elke organische beweging te vermijden, elke beweging die als eerste bij hen opkomt meteen te verwerpen. Als danser kies je vaak de ‘paden’ die je al kent. Vaak is het ‘dance first, think later’, maar ik wil het precies andersom: ‘think first, dance later’. Ik wil dat hun hoofd ‘in control’ is, dat aan elke beweging een bewust denkproces voorafgaat. Soms is dat heel frustrerend voor de dansers, ook omdat ze in eerste instantie vaak denken dat er geen andere optie bestaat dan hoe ze gewend zijn te bewegen.”

Isolaties – de kunst om elk lichaamsdeel apart van het andere te laten bewegen – zijn daarbij heel belangrijk. “Ik wil dat de dansers transformeren in monsters die, als een robot of androïde, elke beweging aansturen en controleren.”

Astronauten

De toeschouwer wil hij tot nadenken stemmen. “Ik ben niet uit op schoonheid binnen de comfortzone. Het is bij mijn producties niet van ‘ga lekker achterover zitten en geniet’. Ik hoop dat mensen na het zien van Cathedral zichzelf vragen stellen over waar het met de wereld heengaat en hun rol daarin.”

Daarbij heeft hij zelf overigens niet aan thema’s als natuur en klimaatverandering gedacht, maar eerder aan religie – “een belangrijk aspect in mijn opvoeding” –, het universum, kunst, vooruitgang en het digitale tijdperk. “Maar verwacht niet dat ik vragen over deze thema’s opwerp, laat staan antwoorden geef. Als toeschouwer zul je bepaalde elementen herkennen waarmee je je kunt verhouden – een piëta, een meteoriet, astronauten – maar het zijn slechts elementen. Mijn werk is als een trip, als een droom: wanneer je wakker wordt is alles belangrijk en tegelijkertijd is alles irrelevant.”

Astrid van Leeuwen