Hans Tuerlings

Hans Tuerlings begon zijn opleiding op de afdeling dans van het Brabants Conservatorium. Daar bleken zijn minimale belangstelling voor het reguliere lesprogramma en zijn tegendraadse ideeën over dans algauw aanleiding tot conflict. Hij zocht zijn heil op de Rotterdamse Dansacademie waar Lucas Hoving als geen ander ruimte wist te maken voor jonge honden. 


Onder de onconventionele leiding van Hoving vond Tuerlings weerklank voor zijn ideeën, kreeg hij de steun om ze uit te werken en begon hij te begrijpen waar hij al die tijd naar gezocht had. Na een jaar als danser verbonden te zijn geweest aan het Penta theater wist hij het zeker: hij was geen danser, wel choreograaf.

In 1975 kreeg hij zijn eerste officiële choreografie-opdracht van het toenmalige ministerie van CRM en maakte Koffie voor vijf, een choreografie die meteen opviel door eenvoud en transparantie in beweging en beeld. Hier was een choreograaf aan het werk die esthetische zeggingskracht van zijn kunst zwaarder liet wegen dan de verbluffende virtuositeit van de danser. De dansers met wie hij werkte, waren mensen met een hart en een ziel en een eigen manier van bewegen die er hoe dan ook toe deed. En ook Tuerlings wilde niets liever dan zijn eigen weg vinden.

Vanaf het begin loopt zijn hartstochtelijke liefde voor Italië als een rode draad door zijn werk, wat onder andere zijn weerslag kreeg in de titels van zijn stukken (bv. Tutto liscio, Scassapaghiara, Nessuno o tutti). En toen talloze collega's danskunstenaars begin jaren zeventig naar Amerika trokken om hun licht op te doen bij Cunningham en Graham bleef hij weloverwogen thuis, in Rotterdam. 
Zijn talent was opgemerkt door Kathy Gosschalk, artistiek leidster van Werkcentrum Dans (later Rotterdamse Dansgroep, nu Dance Works Rotterdam o.l.v. Ton Simons), waar hij tussen 1976 en 1981 zijn stukken zou maken, onder andere de hit Om los te lopen.

In diezelfde tijd maakte hij ook werk voor Nederlands Danstheater en Scapino Ballet. Maar zijn dans liet zich niet in het keurslijf dwingen van dergelijke gevestigde ordes. De onverwachte vallen, groteske sprongen, abrupte vertragingen en snelle bizarre wendingen uit deze beginperiode werden menigmaal geïnterpreteerd als parodie op de bestaande danscultuur. En het duurde niet lang of hij werd geafficheerd als 'de gepatenteerde grapjas van de Nederlandse danskunst'. 
Alhoewel het thema 'kijken naar dans' nooit helemaal uit zijn werk zal verdwijnen, en bij tijd en wijle weer expliciet de kop op steekt, maakte het commentaar op uiterlijkheden gaandeweg plaats voor een grotere betrokkenheid bij de inhoudelijke impact van beeld en beweging. Steeds verder begaf Tuerlings zich op het spanningsveld tussen dans en theater, op weg naar balans tussen anekdote en abstractie.

In veel opzichten is Tuerlings een voorloper in tendensen die zich pas jaren later bewijzen en doorzetten. Zo was hij binnen de dans een van de eersten die met teksten werkte (al in Koffie voor vijf in 1975 werd gesproken), die de dans haar zelfstandigheid naast de muziek liet bevechten en tot samenwerking kwam met een toneelregisseur (Frans Marijnen, Wasteland, Ro-theater 1981).

In de jaren tachtig was hij degene die uitvoerig de kwaliteiten van amateurdansers onderzocht en het werken met hen vleugels gaf. In de loop der jaren ontwikkelde hij een heel uitgesproken en herkenbare vorm van danstheater waarin al deze onderzoekingen samenkomen en evolueren.

Waar hij ook werkte, werk van Tuerlings bleef onmiskenbaar werk van Tuerlings.

Als freelancer maakte hij na de Rotterdamse periode voor een aantal gezelschappen meerdere stukken op een rij. Tussen 1981 en 1990 maakte hij onder andere werk voor Intro Dans, Bart Stuyf, Reflex, De Voorziening en Nationaal Fonds. De drang om met een eigen gezelschap zijn ideeën vorm te geven werd allengs sterker. In 1990 richt hij op verzoek verzoek van rijk en provincie Noord-Brabant een gezelschap op.

Choreografieën voor Scapino Ballet Rotterdam

TWOOLS at the Opera (2010)
Tous les jours, a tous points de vue, on va de mieux en mieux (2007 en 2009)

Producties van voor 1990

Koffie voor vijf  (1976)
Masquerade (1977)
Waltzing Mathilda (1980)


Tutto Liscio (herinstudering) (1981)


Menu