Interview met Marco Goecke over 'Bravo Charlie' uit 2007
“Als ik echt zou maken wat ik wilde, zouden veel mensen boos worden”
Marco Goecke maakte zijn eerste choreografie in 2000 waarna er vele zouden volgen. Net als de prijzen die hij voortdurend wint. Binnenkort wordt bekend of hij de Duitse theaterprijs Der Faust wint, waarvoor hij met ‘Der Nußknacker’ is genomineerd. Goecke behoort tot de meest vernieuwende choreografen van dit moment en zijn agenda is tot 2010 volgeboekt. Toch heeft hij het gevoel dat zijn werk van de afgelopen jaren nog maar het begin is. Met ‘Bravo Charlie’ lijkt hij voorzichtig aan een nieuwe fase te zijn begonnen.
Goecke: “Ik hou van zwart, van donker. Ik hou van de ruimte van het toneel en die is meestal zwart. Zwart betekent voor mij een nieuw begin, zoals het witte doek bij een schilder. De mens leeft in een donker universum. Ik ben een nachtmens, als het donker is kom ik tot leven. In ‘Bravo Charlie’ gebruik ik in de kostuums – behalve zwart - mat gekleurde bloemmotieven, wit vooral. Ik vind witte bloemen meer droevigheid uitstralen dan zwarte. In sommige culturen staat de kleur wit voor lijden.
Ik gebruik donkere verlichting, omdat ik daardoor een mooie atmosfeer krijg: sensitief, fluweel. Net als in de schilderijen van Vermeer. Ik ga hiermee tot aan de grens en soms erover, tot je niets meer ziet. Op een bepaalde manier sluit ik nu nog steeds compromissen. Als ik echt zou maken wat ik wilde, zouden veel mensen boos worden. Ik droom ervan om een stuk te maken in het pikdonker. Het zou waarschijnlijk niet geaccepteerd worden. Ik word ervoor betaald om mensen wat te laten zien. Een onzichtbaar stuk zou het einde zijn. Misschien ook wel het einde van mijn werk als choreograaf.”
“Ik voel dat mijn werk van de afgelopen jaren nog maar het begin is. Er is zoveel meer mogelijk. Sommige dingen in mij komen er nog niet uit zoals ik het wil, maar ik kan het niet forceren. Er zit meer in mij verborgen. Misschien moet ik leren over mijn schaamte heen te stappen. Hans van Manen zei het al: een choreograaf moet schaamteloos zijn. Ook mijn stijl van bewegen verandert, het wordt complexer.”
“Mijn eerste taak is het vinden van bewegingen. Behalve in ‘Der Nußknacker’ (avondvullend, 2006 – red.) gebruik ik weinig decor. Ik zie dansstukken waarin heel veel te zien is, echter geen enkele interessante beweging. Ik héb wel bepaalde gedachten over decors. Die zouden heel duur en zeer ongebruikelijk zijn. En met een reisvoorstelling zou dat sowieso niet kunnen. Ik hou van theatraal, maar ik hou er ook van om het klein te houden, zeker in de korte stukken, die ik maak. Ik werk vanuit kleine ideeën en die moet je niet groter maken dan ze zijn. Ik ben niet de grote verhalenverteller. Wat ik doe ontstaat in de studio en laat zich niet plannen. Dat kan lastig zijn, maar het is tegelijk mijn kracht.”
Goecke omschrijft zijn bewegingsstijl als een potpourri van klassieke ballettechnieken en alledaagse bewegingen die vooral snel uitgevoerd moeten worden.
Goecke: “Ik zie van alles om mij heen. Wat ik interessant vind schrijf ik op. Ik ben heel alert en vraag mij bij wat ik zie voortdurend af – waarom? Ik zoek naar momenten van waarheid op toneel en dat is hard werken. Door middel van mijn dansstukken probeer ik meer over mezelf en de wereld te weten te komen. Over wat me raakt. Wat ik laat zien, is in beweging gevangen realiteit. Een moment van waarheid op toneel ontstaat niet door zomaar iets uit het echte leven te laten zien. Dat werkt niet. Dan wordt het juist onecht. Door de snelheid waarmee die wordt uitgevoerd krijgt een beweging een andere betekenis, er ontstaat een andere dimensie. Het zou best eens kunnen dat mijn bewegingen in ‘Bravo Charlie’ langzamer worden. Bij langzamere bewegingen moet je preciezer zijn én meer van jezelf laten zien.”
“De titel ‘Waveland’ inspireert me bij het maken van ‘Bravo Charlie’. Toen ik jong was maakte het boek ‘The Waves’ van Virginia Woolf indruk op me. Het is een verhaal en ook weer niet. Het gaat alle kanten uit. Als golven, die iets geven en nemen. Dat element zit ook heel sterk in ‘The Köln Concerts’, de muziek van Keith Jarrett die ik gebruik. De titel ‘Bravo Charlie’ heeft meerdere verwijzingen. Naar een circus, een bar in Stuttgart, theater, Vietnam en het militaire alfabet. Het heeft iets levends en tegelijkertijd ironisch. We leven in een gevaarlijke tijd. Je ziet zoveel dode lichamen op televisie, dat het niet bijzonder meer is. Ik wil op toneel laten zien dat het leven kwetsbaar is en wel bijzonder. Ik doe dat altijd met een lach en een traan, want zo is het leven, in ieder geval het mijne. Ik heb vreselijke dingen van mezelf gezien, maar kan er ook – meestal – om lachen. Waar ‘Bravo Charlie’ precies over gaat weet ik pas als alle puzzelstukken in elkaar passen. Als het af is.”





