Toen choreograaf Marco Goecke in zijn jonge jaren voor het eerst ‘The Köln Concert’ hoorde - het muzikale fundament van het stuk ‘Bravo Charlie’ – verbaasde het hem dat er niemand bij zong. Tegenwoordig laat hij er een ensemble van Scapino Ballet Rotterdam op dansen. Soms mét de muziek en soms er tegenin, tikken de dansers met een vinger losse noten in de lucht, soms spelen ze allemaal samen, maar iedereen volgt zijn eigen interpretatie. ‘The Köln Concert’ is de LP-opname van een geïmproviseerd soloconcert van Keith Jarrett, dat hij op 24 januari 1975 in de Keulse Opera gaf. Van deze opname van deze Amerikaanse jazzpianist zijn ruim drieënhalf miljoen exemplaren verkocht. Toch zegt Jarrett over concertopnamen: "Vergeleken met wat je in een concert speelt, zijn opnamen net ansichtkaarten. Muziek, die op een bepaalde plek live ontstaat, is onvervangbaar."
Dit geldt op ongeveer dezelfde manier ook voor dans: de magie, die Goecke door middel van bewegingen, licht en geluiden opwekt, is vluchtig en kan door filmopnamen nauwelijks worden vastgelegd. De thema’s in ‘The Köln Concert’ worden door Jarrett in een hoog tempo en met soepele overgangen ontwikkeld. Vooral voor een improvisatie vormt dit werk een ongekend consistent geheel. Jarrett gebruikt zijn sterke linkerhand voor terugkerende motieven, die in golfbewegingen een hypnotiserende invloed uitoefenen; één van de redenen waarom Goecke deze muziek heeft gekozen. Net zoals Jarrett zijn aandacht in nagenoeg ascetische concentratie richt op zijn instrument, de akoestische vleugel, concentreert Goecke zich in ‘Bravo Charlie’ op zíjn instrumenten, de dansers, en op hun mogelijkheden. Maar Goecke, die zich bij het bedenken van nieuwe bewegingssequenties laat inspireren door specifieke, heel concrete en vaak alledaagse bewegingen, laat de dansers – afgezien van een kleine uitzondering in dit stuk – nooit improviseren.
Naast de in golfbewegingen ademende muziek van Jarrett zijn in het stuk ook associaties uit ’The Waves’ van Virginia Woolf verweven. Niet de roman als geheel, maar bepaalde exacte en ongebruikelijke beelden van Woolf, die een verbluffende gelijkenis vertonen met de exacte en verrassende bewegingsbeelden van Goecke: "Kijk, als ik mijn hoofd beweeg, loopt er een golfbeweging helemaal door mijn smalle lichaam omlaag; zelfs mijn dunne benen golven als stengels in de wind (...). Ik dartel als een vlam die langs de scheuren in de aarde loopt; ik beweeg, ik dans; ik houd nooit op te bewegen, te dansen." Woolf beschrijft seizoenen en generaties als golven of als hartstochten: "pijn, jaloezie en begeren, die met hun golven op ons in hameren".
Naast deze parallellen met Woolf zal elke toeschouwer tijdens de uitvoering heel eigen associaties hebben. De stukken van Goecke zitten vol met ideeën en verrassingen, die de verbeeldingskracht vrij spel geven. Het zijn niet altijd mooie dingen waarop Goecke zinspeelt, hoewel lijden en geweld in ‘Bravo Charlie’ aanvankelijk verstopt lijken achter een masker van bloemen en water. "Heb jij al eens een gebroken hart gehad?", vraagt hij tijdens de repetitie aan een danser, en vervolgens: "Dan begrijpen we elkaar." Een andere danser naait zijn geblesseerde arm zelf weer aan, skeletachtige metalen torens bewegen als langzaam ingedrukte pianotoetsen, lichten gaan voor altijd uit. Woolf schrijft: "De vogel vliegt, de bloem danst, maar ik hoor alsmaar het doffe dreunen van de golven; en het vastgeketende dier stampt op het strand. Het stampt en stampt."
door Nadja Kadel (theaterwetenschapper en dramaturg)





