"Nu leef ik van mijn fantasie" - interview met Marco Goecke

Een commercial voor een verzekeringsmaatschappij met de muziek van Tsjaikovski brengt hem op het idee van de Notenkraker. Het is 2006 en zijn naam als groot dansvernieuwer is zich aan het verspreiden. Als groot liefhebber van klassiek ballet kent Marco Goecke het romantische verhaal goed en als hij het originele verhaal leest van E.T.A. Hoffmann gaat zijn hart nog sneller kloppen.

Marco Goecke: “Het is een geweldig verhaal met duistere kanten. Beangstigend. Er zitten zoveel donkere mannengestaltes in, zoveel lagen”. Hij laat de poëtische kracht van het stuk op zich inwerken en laat dan zijn eigen fantasie en intuïtie de vrije loop. En met loog poetst hij de meeste kleur uit de klassieke versie. Een ballet noir wordt geboren. “Uit de twee versies, het boek en het ballet, heb ik op een intuïtieve manier mijn eigen versie gemaakt. Er zit zeker een donkere kant in, want die is altijd bij me. Mijn stijl is al acht jaar donker.”

Goecke was ook benieuwd of zijn bewegingen wel zouden werken op de mooie muziek van Tsjaikovski. Razendsnelle bewegingen van trillende armen en vingers, sneller dan het oog kan volgen. Pantomime en slapstick in abrupte tempowisselingen. Blote ruggen en naakte torso’s. “Die bewegingen passen vreemd genoeg op bijna elke muziek, het geeft altijd spanning. Ik wilde proberen of het ook op deze muziek paste en dat deed het wonderwel. Het geeft een mooi contrast. De eerste repetitie op muziek was zeer spannend. Ik zag direct dat het zou gaan werken. De muziek is niet alleen maar mooi, ze kan ook agressief zijn en donker.”

Op het eerste gezicht lijkt het toneelbeeld in niets op dat van de romantische versie. Geen grote decors en opgetuigde kerstbomen, maar een reeks zwarte kasten omringen aan drie kanten het toneel, half verborgen in de duistere verlichting. Een ingenieuze vondst, want zo kan hij de ene na de andere typische Notenkraker verrassing tevoorschijn toveren en daarna weer in het duister laten verdwijnen. Tot zijn verbazing ontdekt Goecke ook de parallellen tussen de wereld van de Notenkraker en de zijne. “Ik suggereer veel en prikkel de fantasie. Een kast kan iets mysterieus herbergen. Maar het heeft ook te maken met de herinneringen aan mijn kindertijd. Ik had nachtmerries, ik voelde me verloren. Een kast in het donker kan voor een kind
beangstigend zijn. Als kind had ik veel fantasieën. Nu leef ik daar van. In De Notenkraker zitten fantasieën van snoep en fijne dingen, maar ook de donkere kant. Het is de goede en de slechte droom. Net zoals in mijn kindertijd. Ik kijk nog steeds met een vriendelijke blik de wereld in, maar ik word vaak teleurgesteld. Ik droom veel en De Notenkraker is een droom, het kan goed zijn of eindigen in een nachtmerrie. Het is beide.”

Er is nog een reden dat Goecke een Notenkraker wilde maken. Al van jongs af aan droomt hij van een carrière in het klassiek ballet. “Ik hou er nog steeds van. Heel erg. Daar kom ik vandaan, ik was geen moderne danser. In München heb ik achter het toneel de Notenkraker gezien met de bekende pas de deux, op die mooie muziek. Ik dacht ‘dat wil ik ook’. Maar dat is nooit gelukt. Ik heb begin jaren negentig nog auditie gedaan voor de Notenkraker bij Scapino en ben aangenomen voor het corps de ballet. Maar uiteindelijk ben ik toch naar de Staatsoper van Berlijn gegaan. Daar kon ik het regime niet aan en ben ik binnen een jaar vertrokken naar een klein gezelschap in Hagen. De choreografieën waren ouderwets, goedkope kitsch. Ik was op zoek naar een choreograaf van kwaliteit, maar dat viel niet mee. Ik heb zoveel slechte dingen gezien. Toen ben ik het zelf maar gaan doen. Als mijn droom als danser niet lukte dan maar als choreograaf. Zo kom ik via de achterdeur alsnog overal binnen. Het is mijn wraak.”