Pjotr Iljitsj Tsjaikovski - door Martin Bijkerk

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Tsjaikovski, P.I. (2002)
Tsjaikovski, part one (2002)

Intelligent, begaafd, maar overgevoelig,vooral voor kritiek. Zo typeerde een gouvernante het kind Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893), en die woorden zijn bepaald omineus geweest voor de muzikale carrière van Tsjaikovski. Aanvankelijk in St Petersburg opgeleid tot staatsjurist koos Tsjaikovski, die toen al goed piano speelde, een mooie zangstem had en meer oog had voor opera en ballet, op zijn eenentwintigste alsnog voor een carrière als componist.

Slechte kritieken - en opvallend genoeg kwamen die niet zo zeer van het Russische, Europese, of Amerikaanse publiek, maar vooral van de lokale vakpers in Moskou en St Petersburg - deden Tsjaikovski regelmatig op de vlucht slaan richting buitenland of naar zijn geliefde Kamenka, het landgoed waar zijn zuster Alexandra woonde.

Hoe zeer kritiek hem aangreep blijkt wel uit het feit dat Tsjaikovski de tekst waarmee de Weense criticus Hanslick zijn Vioolconcert afkraakte de rest van zijn leven woord voor woord kon citeren.

Maar ook zelf kon Tsjaikovski verregaande conclusies trekken uit één improductieve middag, uit één moment van vastlopen in de muzikale arbeid. De keren dat hij in correspondentie de vraag "Ben ik uitgecomponeerd?" stelt, zijn ontelbaar.

Dit broze zelfvertrouwen werd nog veel wankeler door Tsjaikovski's worstelingen met zijn homoseksualiteit, of liever gezegd, met de homofobe Russische samenleving. Het was maar goed dat zijn familie hem zeer toegewijd was, want zonder de hulp van zijn zuster en broers Anatoli en Modest zou Tsjaikovski's paniekvoetbal met het leven wellicht eerder kwalijk zijn afgelopen.

Een andere steun was die van zijn mecenas Nadezjda von Meck, met wie Tsjaikovski vanaf 1876 een uiterst curieuze verhouding onderhield, in een correspondentie. Zelfs als Tsjaikovski op haar landgoed logeerde, voorkwam een uitgebreid wandelschema dat de dierbaren elkaar fysiek zouden ontmoeten.
Het was Tsjaikovski's meest succesvolle relatie met een vrouw. De meest rampzalige relatie was die met een idolate fan, Antonina. In 1877 ging hij, in een vertwijfelde poging de roddel over zijn homoseksualiteit de kop in te drukken, met haar een huwelijk aan. Eén jaar hield het stand.

Na dat jaar was hij een geestelijk wrak, deed een een poging tot zelfmoord door de ijskoude rivier de Moskva in te lopen, en vluchtte vervolgens naar het buitenland om de zoveelste storm in zijn zielsleven tot bedaren te brengen. Deze reis voerde hem naar Clarens (Zwitserland), waar Tsjaikovski verbluffend snel opknapte toen de jonge violist Josef Kotek, een vroegere leerling tot wie Tsjaikovski zich meer dan vriendschappelijk voelde aangetrokken, zich bij hem voegde.
Hij legde de pianosonate, waar hij tot dan toe bij wijze van disciplinaire maatregel aan werkte, weg en componeerde in recordtempo het voor zijn doen opvallend zonnige en uitbundige Vioolconcert. Wie nu eerst naar de pianosonate luistert, en dan naar het Vioolconcert, weet genoeg.
Dat Tsjaikovski zijn aanvankelijke plan om het Vioolconcert aan Kotek op te dragen liet varen uit angst voor nieuwe roddels, zegt ook genoeg.

Behalve in de muziek had Tsjaikovski ook brandende ambities in het muziektheater - tenslotte was het een uitvoering van Mozarts opera Don Giovanni die hem definitief voor de muziek deed kiezen - en is hij aan vele opera's begonnen. Slechts een paar houden heden ten dage nog repertoire, en andere vernietigde hij op voorhand. Opera vereist van de componist vooral de gave om zeer precies te karakteriseren, om de essentie van ieder individu tot in de fijnste nuance exact te kunnen grijpen.

En daar bleef Tsjaikovski in gebreke. Bij die andere vorm van muziektheater, het ballet, bestaan de dramatis personae eigenlijk uit types, en is het de taak van de componist om vooral een atmosfeer neer te zetten en te onderhouden in muzikale
stromen die dansbeweging suggereren en ondersteunen. Door de bijna rigide regelmaat van de structuren hangt veel af van de inventiviteit en variatiebrille van de componist. En daar heb je Tsjaikovski ten voeten uit. De muziek die Tsjaikovski componeerde voor het Zwanenmeer, Doornroosje en De Notekraker, waarin hij - oh ironie - veel materiaal uit zijn versmade opera's verwerkte, stak met kop en schouders boven alles uit wat tot dan toe voor het ballet was gecomponeerd. Het ballet, tot dan toe slechts een decoratief kijkspel, zou mede door de muziek van Tsjaikovski zijn artistiek inferieure positie overwinnen en volwaardige danskunst worden.

De huidige geschiedschrijving gelooft weinig van de officiële getuigenis van Tjaikovski's broer hoe het per ongeluk drinken van met cholera besmet water hem fataal is geworden. Liever zoekt men de oorzaak in een samenzwering van een old boys-verbond van Tsjaikovski's vroegere studiegenoten rechtswetenschap. Hen was een brief, gericht aan de tsaar, toegespeeld die Tsjaikovski publiekelijk als homoseksueel dreigde te ontmaskeren. Om de eer van het juridisch instituut en van zichzelf (in die volgorde) te redden zou hem, tijdens een geheime bijeenkomst op 31 oktober 1893, geen andere keuze zijn gelaten dan het innemen van een dodelijk, in zijn werking op cholera gelijkend, gif.

Martin Bijkerk
2002

_-_media_-_persons_-_Tsjaikovski-portret