Nothing Original première
Dangerous Choir
14 februari t/m 3 april 1996
Dangerous Choir
Rameau
21 februari t/m 8 mei 1996
Anthony Rizzi staat bekend om zijn geheel eigen toepassing van de spitzentechniek, theatrale aanpak en vaak humoristische benadering van beladen onderwerpen zoals naaktheid en sexualiteit. Uitgangspunt van zijn niuwe dansstuk 'Nothing Original' is een film over de veranderlijkheid van de dingen en dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken.
Naast het Spitzenprogramma met het nieuwe werk Nothing Original van Antony Rizzi en Dangerous Choir van Voortman/de Jonge presenteert Scapino Rotterdam van 21 februari tot en met 8 mei 1996 in diverse theaters in het land het modern spitzenprogramma met de succesvolle dansstukken RAMEAU van Ed Wubbe en DANGEROUS CHOIR van Voortman/De Jonge.
Een van de kenmerken van Scapino, waarmee de groep zich ondermeer onderscheidt, is het eigenzinnige gebruik van de spitzentechniek. Rameau is een uiterst eigentijdse en grillige bewegingscompositie van choreograaf en artistiek directeur Ed Wubbe, op muziek van de achtiende eeuwse Franse hofcomponist Jean Philippe Rameau, gezet in een strak toneelbeeld van Pamela Homoet. Wubbe heeft zich laten inspireren door de decadentie en teloorgang van de adel aan het Franse hof in de 18e eeuw. Resultaat is een 40 minuten durende versmelting van academische en moderne dans, waarbij Wubbe's sterke troeven, onvoorspelbaarheid in de beweging en muzikaliteit, kenmerkend zijn voor dit ballet.
Naast dit werk wordt Dangerous Choir uitgevoerd, een krachtig en humoristisch danstheaterstuk van het Rotterdams choreografenduo Voortman/De Jonge. Het stuk ging in maart 1994 in première en was een groot publiekssucces. Het eigenzinnige gebruik van de spitzentechniek en de grillige, dynamische bewegingstaal zijn door het duo optimaal benut bij de klassiek en modern getrainde dansers van Scapino. Componist Jan-Willem van Mook maakte voor dit stuk een muziek- en geluidscollage. Dangerous Choir gaat de vergelijkingaan met een zangkoor, waarin de stem vervangen wordt door het lichaam. In het koor heerst een onderhuidse dreiging die verval tot gevolg heeft maar die ook een grillige levendigheid in de hand werkt.








