De creatie van een nieuwe kraker

Michaela Springer en Udo Haberland

 

Michaela Springer studeerde toneel- en kostuumontwerp bij professor Martin Zehetgruber aan de academie voor beeldende kunsten in Stuttgart. Na diverse assistentschappen op verschillende gebieden werkt zij sinds 2005 als zelfstandig toneel- en kostuumontwerper, onder meer voor het Staatstheater Stuttgart en de Landesbühne Esslingen. Haar eerste productie met Marco Goecke was ‘Sweet Sweet Sweet’ in 2005, gevolgd door ‘Der Rest ist Schweigen’ in 2005 en ‘Bravo Charlie’ in 2007 voor Scapino, plus nog andere werken in Stuttgart en Monte Carlo.


Ook Udo Haberland werkt al vele jaren nauw samen met Goecke. Na activiteiten als fotograaf en belichter in de film- en televisiewereld werkt hij sinds eind jaren tachtig bij het Staatstheater Stuttgart, waar hij voor alle producties van Marco Goecke het lichtplan heeft verzorgd. Voor Goecke’s Scapino producties is hij verantwoordelijk voor het licht. Daarnaast zorgt hij ervoor dat de choreografieën van Goecke overal ter wereld als gastvoorstelling worden opgevoerd en dat het uitgekiende lichtconcept van zijn stukken zowel in Duitsland als daarbuiten kan worden toegepast.

Dramaturge Anja von Witzler over haar samenwerking met Marco Goecke en het creatieve team.

Twee jaar geleden begon Kerstmis voor Marco Goecke en zijn medewerkers vroeger dan normaal.
Vanaf het moment dat de choreograaf in augustus 2006 spontaan besloot om zijn geheel eigen interpretatie van de balletklassieker De Notenkraker op de planken te brengen, moest zijn team zich helemaal in de kerstsfeer onderdompelen, en de bijbehorende decoraties vulden al snel de balletzaal.

Van meet af aan was duidelijk dat de centrale verhaallijn van de Notenkraker over de avonturen van een jong meisje zich gewoon in de kersttijd moest afspelen. Al vóór de eerste inhoudelijke vergaderingen en discussies koos Goecke echter voor een zinnebeeldige benadering van het stuk. Een spervuur van visuele ideeën en invallen was het eerste dat hij voorlegde aan zijn productieteam, waaronder toneel- en kostuumontwerper Michaela Springer en belichtingsontwerper Udo Haberland. Springer en Haberland werken al jaren nauw met de choreograaf samen en zijn uitermate vertrouwd met zijn voorstellingen en wensen. Zij zijn in staat om Goeckes visioenen op hun eigen terrein zodanig uit te werken dat alle losse onderdelen uiteindelijk in één naadloos geheel opgaan, waardoor de betekenisvolle esthetiek van Marco Goeckes choreografieën gestalte krijgt.

Een van de eerste trefwoorden die Goecke zijn team in verband met de Notenkraker meegaf, was ‘zwarte sneeuw’. Voor mensen die bekend zijn met het werk van Marco Goecke is dat geen vreemde gedachte en de zwarte sneeuw vond dan ook zijn plek in de ‘Sneeuwvlokkenwals’. De volgende noot die Goecke zijn team toewierp was al wat moeilijker te kraken: hij wilde een vloer die helemaal was bedekt met noten. Maar hoe krijg je zo’n enorme hoeveelheid noten zó snel op een toneel, dat aan drie kanten strak is begrensd door een reeks kasten? Michaela Springer loste dit probleem op door de kasten vol noten te stoppen en de deuren te openen zodat ze hun hele inhoud uitstorten over het toneel.
En Udo Haberland heeft veel extra tijd moeten steken in het oplossen van de problemen met de glimmende lak van de kasten, die allerlei hoeken en gaten op het toneel belichten die eigenlijk in het donker moeten opgaan. Het moest voor de Notenkraker mogelijk zijn om op een mysterieuze manier uit het donker te voorschijn te komen en er ook weer in te verdwijnen.

Van alle ideeën die Marco Goecke en zijn team voor een stuk ontwikkelen, komt nog geen tiende uiteindelijk op het toneel terecht. Vele blijven in de planningsfase steken, vele worden echter lange tijd uitgeprobeerd en pas in de slotfase verworpen. Zo werd de laatste solo van de notenkraker/prins lange tijd gerepeteerd op een kerstnummer van Elvis Presley, totdat Goecke uiteindelijk besloot toch van deze muziek af te zien.
Michaela Springer en Udo Haberland zijn samen met de rest van het productieteam aanwezig bij het hele repetitieproces. Ze reageren en ontwikkelen hun voorstellingen in nauwe samenspraak met Marco Goecke, die zijn collega’s met een onstuitbare ideeënstroom blijft uitdagen.

Vaak moet daarbij ook het onmogelijke mogelijk gemaakt worden. Goeckes wens de notenkraker-prins in een broek van walnoten te hijsen, stelde Michaela Springer en de kostuumafdeling voor enkele logistieke problemen – immers, de danser moest zich in die broek nog wel kunnen bewegen. De oplossing werd gevonden in een buitengewoon grote soort walnoten die in de tuin van een medewerkster groeien en goed ‘vernaaibaar’ bleken. Jammer genoeg zijn ook dat geen onbreekbare wondernoten, en als de notenkraker zich aan het eind van het stuk op de knieën laat zakken, zullen er onvermijdelijk een paar breken. Maar dat is gewoon weer zo’n ‘cracking the nut’-probleem waarvoor wel een oplossing zal worden gevonden.

081203044516_2031