Waar het niet gaan kan, stroomt gestadig het artistieke bloed

Nu de knieval van de arme Wijnand Duyvendak voor zijn activistenverleden het rechtschapen establishment en wraaklustige journaille aanzet tot een onderzoek naar het doen en laten van respectabele landgenoten in de ‘foute’ jaren tachtig van de vorige eeuw, ontkomt in deze heksenjacht natuurlijk ook het in die jaren gevoerde cultuurbeleid van de overheid niet aan een kritische terugblik. Om lessen te trekken voor de toekomst.
De kabinetten Lubbers voerden in die tijd het no-nonsens beleid in en waren vast besloten het oplopende begrotingstekort terug te brengen door te privatiseren, dereguleren en te decentraliseren. Dit laatste instrument leidde onder cultuurminister Elco Brinkman tot de opvatting dat bijvoorbeeld jeugd- en educatieve dans niet langer tot de verantwoordelijkkeid van het Rijk behoorden, maar van de lagere overheden, Provincie en Gemeente. Deze bestuursorganen op hun beurt meenden dat winkelboulevards, deugdelijke straatverlichting en golfbanen méér bijdroegen aan het levensgeluk van de burger dan het aanreiken van culturele handbagage, hetgeen ondermeer het Scapino Ballet, de toenmalige dansgroep voor de jeugd van artistiek directeur Armando Navarro, er toe dwong een andere artistieke koers te varen.
Inmiddels weten wij dat Scapino Ballet Rotterdam is getransformeerd in een trendsetter van de hedendaagse dans, heeft Introdans Ensemble voor de jeugd het stokje van Navarro’s cultgroep met verve overgenomen en behoort jeugddans met gezelschappen als Meekers Uitgesproken Dans, Aya en ISH weer tot de speerpunten van het cultuurbeleid. Ook bij de Rijksoverheid.
De hersteloperatie is, behalve door voortschrijdend inzicht vanwege de toenemende verpulping in de samenleving, die sinds de jaren tachtig was ingezet, toch vooral het gevolg van de veerkracht en eigenzinnigheid van de kunstwereld zelf. Waar het niet gaan kan, stroomt gestadig het artistieke bloed.

Dit voorbeeld kan niet als troost gelden voor de met name in de muziek- en danssector recentelijk op sudisidie gekorte of wegbezuinigde kunstenaars door de ongebreidelde vernieuwingsdrift van het nieuwe Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+. Van het rigide ‘nieuw voor oud’ denken, dat de samenleving reeds opzadelde met langdurige reparaties in andere sectoren, zoals zorg en onderwijs, en dat niet in de laatste plaats in de politieke sector heeft geleid tot toenemend populisme en kennisnivellering, dreigt nu ook de kunstsector het slachtoffer te worden. Met name een generatie kunstenaars die topkwaliteit waarborgt, een essentiële inspiratiebron voor toekomstige generaties vormt en die kunstinstellingen het predikaat boegbeeld verschaft.
 
Ook de bedenkelijke instructies waarmee de adviserende cultuurraden en fondscommissies de jurykamers zijn ingegaan, een krap budget, instrumentele functies, markt- en profijtbeginsel, hebben tot chaos geleid. De Raad voor Cultuur liet na een stevige wildplas alles zoals het was en de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur bedreef politiek door het gemeentebestuur bizarre keuzes voor te leggen en daarmee tot artistiek inhoudelijke afwegingen te dwingen.

Het onvermijdelijke Bureau Berenschot becijferde onlangs dat het financiële aandeel kunst en cultuur op de rijksbegroting in de afgelopen 10 jaar is teruggelopen van 0,74% naar 0,56%. De nog geen vier jaar geleden door veel politieke partijen, ook grote, bepleitte besteding van 1% van het rijksbudget aan de kunsten lijkt verder weg dan ooit, waarmee het essentiële pijnpunt in de sector is blootgelegd.

Al wordt bij de besluiten over toekenning van de subsidies het beulswerk aan de adviescommissies overgelaten, het zijn de politieke bestuurders die in de toekomst ter verantwoording geroepen zullen worden voor het gevoerde cultuurbeleid. Aan Minister Plasterk de uitdagende taak de samenleving te behoeden voor nieuwe blunders.
Is er dan geen reden voor enige zelfkritiek bij de kunstsector? Neen! De kunstenaars zijn de afgelopen maanden murw gebeukt door schofferende adviezen, onkunde en onbegrip in debatten, regelgeving en nuttigheidsdenken en willen nu aan de slag om het publiek te verleiden in de wondere wereld van de kunsten.

kaztor II

kaztor II

SpitZ 10