Het zijn Iconen in de dans- en balletwereld, John Englisch en Jan Schouten. Beide pianisten begeleidden 25 jaar de dagelijkse balletles van resp. Scapino Ballet Rotterdam en het Nederlands Dans Theater.
Het zijn de virtuozen van de tempi en de arrangementen: met Beatles songs, Bach's vioolconcerten of een geestige collage van reclamedeuntjes ontdooien ze in de vroege ochtend een slecht dansershumeur of spelen ze de zeurende pijntjes uit de gewrichten.
Toen John ver na de pensioengerechtigde leeftijd afscheid nam, keerde Jan Schouten na 25 jaar terug bij Scapino. Hij doet het al meer dan 30 jaar: klassieke balletlessen begeleiden op de piano. Uit de kracht waarmee hij de toetsen aanslaat verraadt hij zijn karakter: enthousiast en recht door zee.
Aan het begin van zijn carrière nam hij zijn hond nog mee die onder de piano ging liggen. Na een half jaar was het beest doof.
Na afloop van elke les, die zo'n anderhalf uur duurt, breekt er een oorverdovend applaus op van de dansers als dank voor zijn inspirerende begeleiding. Want het vergt meer dan een stukje spelen. Je moet als balletpianist begrijpen wat er in zo'n les gebeurt. Jan Schouten heeft zich er van jongs af aan al in verdiept.
Hoe word je balletpianist?
"Jammer genoeg bestaat er bij pianostudenten vaak het bekende vooroordeel over ballet en balletmuziek: ballet is mannen in maillots en balletmuziek is Les Sylphides. Voor studenten zou het goed zijn als de muziekafdelingen van de academies meer gingen samenwerken met de balletafdelingen en de balletgroepen. Ze krijgen dan een goede kijk op het vak en een veel bredere ervaring.
Je moet er wel voor kiezen. Je moet flexibel zijn, kunnen improviseren én een breed scala aan repertoire hebben. Studenten die het meest in aanmerking komen om balletpianist te worden, komen dan ook van de afdeling jazz waar improvisatie zo belangrijk is.
Balletpianist zijn betekent dat je je ondergeschikt moet kunnen maken, maar dat je wel kunt spelen wat in je opkomt. Voor een danser is een les niet alleen maar om aan techniek te werken. Het is vooral juist ontspanning en de spieren los maken. Het moet plezier zijn. Door de keuze van je muziek kan je daar een hoop aan bijdragen.
En dat breng ik pianisten die ik opleid ook bij. Het worden er jammer genoeg steeds minder. Misschien is het een uitstervend beroep. Ik schat dat er op dit moment zo'n 70 balletpianisten in Nederland zijn. Als we zo doorgaan zie ik het gebeuren dat er over 20 jaar nog maar de helft van over is. Maar het is ook wel logisch. Een balletpianist wordt op de balletacademies gezien als begeleidend musicus. Praktisch betekent dat, dat je minder verdient dan een leraar. Je zult er dus altijd iets naast moeten doen. Dus ook daardoor zullen pianisten in opleiding die richting niet gauw kiezen."
Hoe werd jij balletpianist?
"Ik was 17 en zat op het Rotterdams Conservatorium.
Lucas Hoving, toen directeur van de Dansvakopleiding, vroeg mij een dansstuk van hem te begeleiden. Het was hartstikke leuk om te doen, omdat ik al improviserend kon inspelen op wat de dansers deden. Hij vroeg mij daarna of ik het niet leuk zou vinden om in mijn tussenuren balletlessen te gaan begeleiden. Ik had eerst geen idee wat me te wachten stond en er ging een wereld voor me open. In het begin heb ik ballet vervloekt. Ik had tijdens de opleiding wel al samen gespeeld met Penta en Het Werktheater. Daar werkten we met thema's, sport of zo. Maar nu moest ik muziek verzinnen bij zo iets als een Tendu, Rondes de Jambe. Ik woonde nog in Gouda bij m'n ouders, en ik heb toen een half jaar lang, stiekem weliswaar, balletlessen gevolgd bij Balletschool Elly Pijpers om op die manier het gevoel te krijgen en vooral om de Franse termen te leren die de balletmeesters gebruiken om de dansers te instrueren.
Daarna begon voor mij een lange reeks betrekkingen bij academies, conservatoria en gezelschappen. En heel veel heen en weer gereis tussen o.a. het Nederlands Dans Theater (NDT), Scapino Ballet, het Conservatorium, de Scapino Dansacademie en theatergroepen.
Na 22 jaar NDT kwam ik vorig jaar terug bij Scapino waar ik erg van geniet. Ik geef daarnaast nog steeds improvisatieles op het Conservatorium."
Wat speel je zoal?
"Ik speel van alles. De balletmeester zegt me wat hij of zij wil, bijvoorbeeld een adagio in driekwartsmaat, vervolgens speel ik, rekening houdend met waar die balletmeester van houdt, er lustig op los. Ik speel hele orkeststukken, b.v.. De Brandenburger concerten.: met m'n linkerhand de contrabassen en met m'n rechterhand de vioolpartijen. Ik ga van Debussy naar Beethoven over in Scott Joplin. En ik ga van Jesus Christ Superstar naar het Duitse Volkslied.
Ik kom altijd een uurtje eerder om lekker met iedereen wat te kletsen. Zo krijg je een betere wisselwerking in de les. Maar soms moet je een kop van beton hebben en je niets aan trekken van de gevoeligheden die kunnen spelen. Als toevallig iemands verkering is uitgegaan op iets van Chopin zou ik nooit geen Chopin meer kunnen spelen. Dat gaat natuurlijk niet."
Hoe lang ga jij nog door?
"Ik stop er even mee. Ik doe het nu al meer dan dertig jaar en wil me nu even toeleggen op iets anders. Ik blijf hier wel invallen zoveel als ik kan en ik hoop eigenlijk dat ik volgend jaar ....!"







