Vijfentwintig jaar geleden werd ze geboren in een klein dorpje vlak bij Milaan. Haar ouders verhuisden vier jaar achter elkaar naar een groter huis, omdat er weer een dochter werd geboren. Ze groeide op temidden van haar hele familie die in hetzelfde dorpje woonde. Ze was een levenslustig kind dat graag buiten speelde en erg actief was. Dansen was haar tweede natuur, zodra ze muziek hoorde begon ze te hupsen en te springen, als peuter al. Ze sprong dan zelfs bij haar zieke opa op het bed en danste op zijn buik. Ze kon het niet laten. Op haar vierde wilde ze op ballet. Ze had veel gezien op televisie waar toentertijd veel klassieke stukken werden uitgezonden die zij ademloos bekeek. Haar moeder ging met haar naar de balletschool, maar de balletjuffrouw vond haar nog te jong. Na een half jaar zijn ze toch terug gegaan en in het nieuwe jaar mocht ze beginnen.
Chiara Mezzadri: “Naast ballet deed ik ook aan sport. Samen met mijn atletiekteam deed ik mee aan competities. Dat werd allemaal teveel en op mijn dertiende moest ik een keuze maken. Het werd ballet.
Tot mijn veertiende heb ik op de balletschool gezeten. De eerste jaren op de balletschool hadden niet veel met ballet te maken, het was meer spelend bewegen, maar daarna werd het serieuzer. Ik heb zelfs op mijn tiende auditie gedaan bij de Scala van Milaan. Dat was erg griezelig. We mochten geen balletpakjes aan maar moesten in ons ondergoed, met een nummer op onze rug, de opdrachten uitvoeren. Waarschijnlijk om onze bouw goed te kunnen bekijken. Om die reden moesten denk ik ook mijn ouders mee, want aan hun bouw konden ze inschatten hoe ik me fysiek zou kunnen gaan ontwikkelen. Ik vond het daar in ieder geval niets. De meisjes zagen er allemaal hetzelfde uit, echte balletmeisjes en erg mager. Ik ben gewoon verder gegaan op mijn eigen balletschool, de laatste twee jaar 3x per week. Elk jaar deden we examen. Het laatste jaar vroeg de examinator -zij was van de Russian Ballet Assocation- of ik verder wilde op een professionele balletopleiding. Natuurlijk wilde ik dat. Voor mijn ouders was het erg belangrijk dat ik naast ballet een gedegen schoolopleiding zou volgen. In Italië is het schoolsysteem anders dan in Nederland. Je zit tot je 16e op school. Van 6 tot 10 op de lagere school, van 11 tot 13 op de hogere school, waarna je de keuze maakt of je de Alfa of de Bèta kant kiest. Ik was toen veertien jaar en had net één jaar Bèta-onderwijs gehad.
Het toeval wilde dat mijn oudere zus, die voor een Duitse organisatie werkte, naar Wenen moest. De examinator heeft geregeld dat ik in die tijd auditie kon doen bij de Balletschule van de Wiener Staatsoper. Aan de balletschool was ook de highschool verbonden. Op die school kreeg je ’s morgens ballet en ’s middags onderwijs. Ik was qua techniek achter op de anderen die al op een meer professionele balletschool hadden gezeten, maar toch werd ik toegelaten. Ik kreeg een beurs en mijn hele familie legde geld bij elkaar om mijn verblijf op de kostschool van de Wiener Staatsoper te betalen.
Het eerste jaar was erg zwaar. Weg van huis en op kostschool. Als Italiaanse ben ik bepaald verwend met eten. In Wenen was alles anders. Een ware culturele shock. ‘s Middag kregen we een zware lunch en ’s avonds om zes uur de restjes. Ik was thuis gewend pas om een uur of negen te eten, dus tegen die tijd klapperde ik van de honger. Gelukkig ik niet alleen en werd er al snel ’s avonds een grote schaal met brood en boter gebracht die we helemaal leeg aten. Een ander belangrijk verschil was dat alles werd klaargemaakt met roomboter en bij ons alles met olijfolie; ik ben in het begin ook aardig wat kilo’s aangekomen. Dan was er de taal nog. Ik had in de vakantie snel een cursus Duits gevolgd, maar ik kon me nauwelijks verstaanbaar maken. Tijdens de balletlessen, maar ook op school, waar het onderwijs natuurlijk in Duits werd gegeven, was dat lastig. Ik was vooral goed in wiskunde, want daar had ik geen taal voor nodig, maar de rest..... Ook om te integreren was moeilijk. Ik zonderde me een beetje af. Ik was erg jong en vooral ook bang om me in het Duits uit te drukken. Als ik huilend naar huis belde zeiden m’n ouders keer op keer dat ik thuis moest komen en gewoon voor m’n plezier kon blijven dansen, maar ik was ervan overtuigd dat ik dit wilde en zette door.
En op den duur ging het beter. Na een jaar was ik volkomen geïntegreerd. Samen met m’n medestudenten verkenden we in onze vrije tijd de stad. Wenen is geweldig. Veel concerten en dansvoorstellingen, waar studenten voor bijna niets naar toe konden. In de Opera kregen we de staanplaatsen op de parterre. Dat waren de beste plaatsen, al stortten we in de pauze wel in en zaten we op de grond tot de voorstelling weer begon. Op mijn zeventiende ben ik van de kostschool afgegaan en samen gaan wonen met een paar Italiaanse vrienden die in Wenen kwamen studeren. We zagen elkaar niet veel, maar we kookten en aten zoveel mogelijk samen.
Ik werkte ondertussen als stagiair bij het Staatsoper Ballet in het klassieke repertoire. Don Quichotte vond ik geweldig: krachtige en karakteristieke types, maar Giselle of Les Sylfides waren zeker niet mijn favorieten. Ik heb een hekel aan de ‘zwakke’ vrouwenrollen. Het stereotype. Misschien komt het omdat ik opgegroeid ben met vier zussen en omdat er bij ons in de familie veel waarde wordt gehecht aan gelijkheid. Ik was onder de indruk en had bewondering voor de techniek, maar het verkrampte, het mooi moeten staan van het corps de ballet stond me tegen. Het gevoel van dynamiek, het temperament ontbreekt. Het gaat vooral om het mooie plaatje. Die oppervlakkigheid uitte zich ook in meer dingen. Het ging om mooi zijn en om elkaar te veroordelen, niet om van elkaar te leren. Ik had daar weinig geduld mee.
Toen kwam het Nederlands Dans Theater naar Wenen. Nadat ik dat had gezien veranderde mijn hele perceptie. Men had mij laten denken dat als je modern ging dansen je eigenlijk niet sterk genoeg was om klassieke repertoire te dansen. Dat beeld verdween voorgoed. Ik was toen 18 jaar en ik ben auditie gaan doen voor de cursus modern ballet bij het Ater Balletto in Reggio Emilia Italië. Het was pure noodzaak dat ik die cursus ging doen, want ik wist dat ik nooit auditie kon doen bij een modern gezelschap, als ik niet kon ‘moven’. NDT was mijn droom, maar ergens anders kon ook.
Het was geweldig om daar én weer terug in Italië te zijn. Ik heb er heel veel geleerd, ik kreeg improvisatie, moderne en klassieke balletles, yoga, circus enzovoorts. De cursus werd in hetzelfde gebouw gegeven als waar het gezelschap werkte. In de pauzes ging ik bij hun repetities kijken en ’s avonds naar hun voorstellingen. In deze tijd kwam Helene Trailine van Europa Dance op bezoek. Zij geven jonge dansers een kans om in de zomermaanden bij hen repertoirestukken van bekende choreografen in te studeren en organiseren aansluitend een tournee met die stukken. Zij koos mij uit en in juni vertrok ik naar Grasse in Zuid-Frankrijk. Na anderhalve maand repeteren gingen we op tournee. Van de ene stad naar de andere door heel Frankrijk. Ik leefde in die tijd uit mijn koffer.
Daarna heb ik auditie gedaan bij het Monaco Dance Forum. Daar komen veel artistiek leiders van dansgezelschappen naar toe om jonge dansers te scouten. Ik kreeg geen contract, maar wel een beurs van het Monaco Dance Forum om audities te kunnen doen. Ik had een dochter van één van de balletmeesters van NDT ontmoet en zij had me verteld dat het heel moeilijk is om een contract bij het NDT II te krijgen, omdat ze uit een groot aantal auditanten kunnen kiezen. Maar ik wilde het toch proberen. Ik werd wel uitgenodigd voor de auditie, maar iemand anders werd aangenomen. Ik heb toen een week lang mee mogen doen in de repetities met de dansers en tot mijn grote geluk kwam er toch een contract vrij en werd ik aangenomen. Mijn droom kwam uit.
Het was een heel speciale tijd en ik ben er erg dankbaar voor. Het was heel bijzonder omringd te zijn door choreografen die ik bewonderde en die de grote hedendaagse dansstukken hebben gecreëerd. Na drie jaar, toen ik 23 jaar werd, moest ik weg. De leeftijd bij NDT II is tot 23 jaar. Helaas was er bij NDT I geen contract. Ik heb veel audities gedaan, o.a. bij Scapino, maar er was nergens een contract. In augustus werd ik echter door Scapino gebeld. Eén van de danseressen was zwanger, daardoor was er een plaats vrijgekomen en als ik nog wilde, kon ik per
1 september beginnen. Dat was 2008. Inmiddels wordt het alweer mijn derde seizoen en heb ik het prima naar m’n zin.
Naast dansen ben ik aan het studeren aan de Open University. Ik zit nu in m’n derde jaar van de zesjarige opleiding voor Bachelor International Studies.
In de toekomst wil ik graag werken bij een NGO ( non-gouvernementele organisatie), dat is een organisatie die niet gecontroleerd en beheerd wordt door de overheid. Ik hoop dat ik bij een humanitaire organisatie iets kan doen aan de bewustwording bij mensen aan de behoeften van anderen en mijn steentje bij te kunnen dragen aan meer gelijke kansen in de wereld.
Dat ik voor een sociale studie heb gekozen komt waarschijnlijk door mijn ouders. Zij hebben naast hun gewone werk hun hele leven vrijwilligerswerk gedaan en zich altijd meer geïnteresseerd voor mensen dan voor geld. Een voorbeeld dat ik graag wil volgen.







