Dichter bij de danser in volle actie op het podium kan je niet komen. Bij de voorstellingen die Scapino geeft in de Rotterdamse lokale cultuurcentra zijn de podiumtechnische omstandigheden misschien niet zoals in de grote theaters, maar zonder uitzondering hebben ze één pré boven welke schouwburg dan ook: de toeschouwer zit er bovenop. En andersom geldt voor de danser hetzelfde: in plaats een schimmige massa mensen in een zwart gat ziet de danser de toeschouwers echt zitten, hij kan ze zelfs aankijken. Dat zorgt iedere keer weer voor een speciale intieme sfeer. Het contact tussen danser en toeschouwer is niet afstandelijk en onpersoonlijk, nee, er ontstaat een wederzijdse concentratie die maakt dat de toeschouwer echt meegevoerd kan worden in de dans.
Voor Scapino geldt dat voor de wijkvoorstellingen een speciaal programma samengesteld wordt met stukken die kleiner, korter en intiemer zijn. Vooral soli, duetten en andere dansstukken die zich in kleinere bezetting bedienen van het detail, de subtiele nuance, het raffinement van het kleine gebaar, winnen enorm aan zeggingskracht. Het vereist ook specifieke podiumkwaliteiten van de danser, want zo direct en intiem met de toeschouwer communiceren, dat moet je kunnen.
De voorstellingen in de wijktheaters zijn ontstaan door het project Cultuurbuur van de Dienst Kunst en Cultuur van de gemeente Rotterdam, om mensen te bereiken voor wie de drempel van de schouwburg te hoog is. Behalve Scapino werken veel grote kunstinstellingen eraan mee, zoals het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Ro Theater.
Olga Smit van de gemeentelijke Dienst Kunst en Cultuur is bepaald trots op het succes van de Cultuurbuurvoorstellingen en concerten. Olga Smit: “Cultuurbuur slaagt erin nieuwe doelgroepen te bereiken op plaatsen dichtbij huis. Wat ons betreft gaan we er dus zeker mee door, in ieder geval tot en met 2012 en ik hoop dat ook in het Cultuurplan 2013 - 2016 natuurlijk alle deelnemers aan Cultuurbuur blijven spelen in de lokale cultuurcentra, zoals ze dat in de theaters en concertzalen doen. Ik vind het heel goed om te zien hoe Scapino daarmee omgaat: dat Scapino haar voorstellingen in Cultuurbuur niet als een bijzaak behandelt, maar een volwaardige en vanzelfsprekende plaats heeft gegeven in de totale programmering.”






