Al elf jaar komt ‘ie’ in januari binnen: het verzoek om op Lowlands op te treden.
Waarom is Lowlands eigenlijk zo trouw aan Scapino? We vragen het Eric van Eerdenburg, directeur van Mojo Concerts te Delft, dat Lowlands organiseert. De vraag is niet zonder risico, want het laatste wat Scapino wil, is Lowlands op andere ideeën brengen. Ondanks het feit dat de dansers op Lowlands optreden onder heel andere omstandigheden dan ze gewend zijn, zouden de meesten het namelijk voor geen goud willen missen. Sterker, voor de dansers hoort het bij de hoogtepunten van het seizoen, en ze hebben er de aangepaste toneeltechnische omstandigheden en de herrie van belendende podia graag voor over. De sfeer van het festival, het enthousiasme van het jonge publiek, en niet in de laatste plaats de mogelijkheid om een graantje van Lowlands mee te pikken maakt alles tot een feest. En iedere nieuwe danser die het voor het eerst meemaakt roept bij aankomst in de kleedtent hetzelfde: “Wow! Ze hebben hier bier in de kleedkamer!”
In de tuin van het schitterende monumentale grachtenpand in Delft waar Mojo is gevestigd vertelt Eric van Eerdenburg - met zijn warrige haardos, enorme en expressieve handen en zwarte jeans met smalle pijpen, every inch de ouwe rocker - over het hoe en waarom van zijn Lowlandsprogrammering. Hij wordt daarbij terzijde gestaan door zijn theaterprogrammeur Stella van Leeuwen.
Eric van Eerdenburg: “Je moet je voorstellen dat Lowlands eigenlijk is ontstaan uit een behoefte tegenwicht te bieden aan de hypercommerciële popfestivals van de vroege jaren negentig waar alleen risicoloze grote internationale namen optraden. In 1993 wilde een groepje van de muziekboekers binnen Mojo een festival organiseren waar ze zelf nou eens zin in hadden en waar ze zelf naartoe zouden gaan. Meerdaags, en dus op een terrein met een camping erbij, en met heel veel goede, maar bij het grote publiek nog onbekende bands, en een randprogrammering van ja, gewoon, alles wat interessant is; theater, dans, film, discussie, forums, poëzie, noem het op, alles wat je in de patatcultuur niet aantreft. Ze noemden het naar A flight to Lowlands Paradise, een festival uit 1967 in de Jaarbeurs in Utrecht, waar zonder ook maar één grote naam, maar met een hele berg alternatieve acts, toch een geweldige happening ontstond. De eerste jaren kwamen er veel te weinig mensen om kostendekkend te draaien en werden enorme verliezen afgeboekt. Maar het festival had vanaf het begin een fantastische sfeer en dat wekte het vertrouwen er mee door te gaan. Het uitgangspunt; een alternatief muziekprogramma, aangevuld met disciplines van buiten de popcultuur, maar binnen de interessesfeer van de popmuziekliefhebber, sloeg enorm aan en het aantal bezoekers groeide gestaag naar de huidige 55000.
En nou kan ik je de historie wel helemaal gaan zitten vertellen, maar laten we het erop houden dat afgelopen februari alle kaarten voor Lowlands in acht dagen waren uitverkocht zonder dat er ook maar één naam in de programmering bekend kon worden gemaakt.”
“De rol van Scapino erin hebben we te danken aan die veelbesproken en verguisde staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg eind jaren negentig. Hij wilde de berg naar Mozes brengen. Als jongeren niet naar het theater willen, dan zou het theater misschien de jongeren op moeten zoeken was zijn idee. Hij benaderde ons of we wellicht een theaterprogramma op Lowlands wilden accommoderen. Wij wilden theater èn dans. Het optreden van een groot dansgezelschap uit de high-art op zo’n festival is een kostbare en risicovolle onderneming en om dat mogelijk te maken deed hij een greep in zijn incidentele subsidie-potje. Dat de keuze op Scapino viel, heeft Scapino aan zichzelf te danken, want van alle dansgezelschappen die we in 1999 hebben gevraagd was Scapino de eerste en enige die onmiddellijk Ja! zei, en toen pas over de organisatie ervan ging nadenken. Alle andere dansgezelschappen zagen de rock&roll-omstandigheden als een onoverkomelijk bezwaar. Want nee, er is geen tijd om uren op te bouwen, te belichten en te spacen, en ja, alles moet er in uurtje ook weer af om plaats te maken voor iets anders. En in plaats van de gewijde stilte en het sacrale sfeertje van een theater dringt het gedruis van het festival dwars door jouw muziek. Het gaat niet op z’n ‘theaters’, maar op z’n ‘rock&rolls’, en dat moet je aandurven. Maar wat je wél bereikt is dat je bekend wordt bij een groep die je anders nooit binnenkrijgt. Een jong publiek dat bepaald onbekrompen uiting geeft aan zijn enthousiasme, en dat is heel wat waard.”
“Scapino kwam vervolgens met ‘Le Sacre du Printemps’ op muziek van Stravinsky. Geen kniebuiging naar wat jij denkt wat een jong publiek wil zien: een aangepast programma van korte vlotte stukjes op popmuziek. Het was een doorslaand succes. Dat serieus nemen van het Lowlandspubliek, was precies ons uitgangspunt en daarom besloten wij dat we koste wat kost moesten doorzetten met de theatertent.”
“Maar hoe graag Rick van der Ploeg het zelf ook wilde, hij kon het niet meer verantwoorden om iets wat structureel was geworden, uit zijn incidentenpotje te betalen. De bureaucratische rompslomp die ik toen overhoop moest halen om voor subsidie in aanmerking te komen was van een aard en omvang dat ik zei: stik maar in je subsidie. We hebben één jaar Lowlands zonder theatertent gehad, maar Lowlands zonder theater vonden we niet compleet, en dus betalen we die theaterprogrammering voortaan zelf.”
“Het animo onder de festivalgangers voor dans en theater is heel groot. Voor aanvang van voorstellingen met bekendere acteurs, of bekende groepen zoals Scapino staan ze al rijendik te wachten voor de ingang. Toch programmeren we ook onbekende stukken en groepen. Dan is het wel eens hard werken om de grote Theatertent voldoende vol te krijgen. Dit jaar hebben we om die reden ook een verbeterde ingang met acteurs die mensen naar binnen praten. We denken dat op die manier de drempel lager zal zijn om ook deze voorstellingen vol te krijgen. Ook wij moeten er voor knokken om theater en dans aan de man te brengen.”
Theater en dans hebben een vaste plaats gekregen op Lowlands, en de programmeur hiervan is Stella van Leeuwen.
Stella van Leeuwen: “Ik zie heel veel voorstellingen, zowel in de grote theaters, als in de vlakke vloer theaters. Vooral bij de 'kleine', subtiele voorstelling moet ik me afvragen of het wel overeind blijft in een enorme festivaltent. Je moet je voorstellen dat je in Carré optreedt. Met vallen en opstaan heb ik daar inmiddels een aardig inzicht in gekregen. Maar nog belangrijker is de vraag: past een Lowlands-optreden in de agenda van het gezelschap? Zo’n ‘Snorro’ van het Ro Theater, die had ik dolgraag op Lowlands gehad. Maar het Ro Theater krijgt de acteurs - de tournee is dan al maanden afgelopen - met geen mogelijkheid meer bij elkaar voor een eenmalig optreden. Een optreden waarvoor ook heel veel moet worden gerepeteerd en aangepast. Vooral het toneelbeeld, want er is geen toneelkap waar achterdoeken in opgehangen kunnen worden. Daar lopen we, heel begrijpelijk, vaak tegenaan. We spelen met de wens het nog een stapje verder te voeren en echt iets klassieks te brengen. Zoals Opera. Ik ben hier voor contacten aan het leggen met o.a. het Holland Festival. Ik wilde bijvoorbeeld ook heel graag een voorproefje van Richard III van Orkater met Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrol en met muziek van Tom Waits uitgevoerd door The Sadists. Ze gaan half september in première. Helaas gaat dat niet door, maar het is leuk om dat soort dingen te bedenken en te proberen. De combinatie van verschillende factoren die voor het Lowlandspubiek aantrekkingskracht kunnen hebben maakt mijn werk spannend en leuk!”
“Het is een uitdaging naast modern theater en dans ook klassiekers te durven programmeren, maar dan in een bijzondere bewerking zoals ‘Krijg nu Titus’ van Theatergroep Siberia - die overigens inmiddels genomineerd is voor de Gouden Krekel voor beste jeugdtheatervoorstelling. Maar een ècht goede voorstelling hoeft niet het predikaat jeugd of modern of klassiek te krijgen, maar ìs het gewoon. En dat weet het kritische publiek van Lowlands ook!”
Voor het overige biedt een willekeurige greep uit het aanbod een indrukwekkende lijst: Het Nationale Toneel met zijn bejubelde ‘Dat Smoel’ waarin een maniakaal drankzuchtige moeder Susan Visser (Gooische vrouw Anouk) haar gezin naar de vernieling helpt, Jakop Ahlboom, met zijn ontroerende blik in onvervulde verlangens, met ‘Innenschau’, Conny Janssen Danst met ‘Vuil&Glass’, Nanine Linning met ‘Dolby’ en oh ja, je zou het bijna vergeten, Scapino danst ‘Holland’ van Ed Wubbe.

Eric van Eerdenburg
directeur Mojo Concerts
de Juliettheatertent Lowlands






