Jan Zoet, 10 jaar directeur van de Rotterdamse Schouwburg

De Rotterdamse Schouwburg heeft een typisch Rotterdams verleden én heden. In mei 1940 wordt de schouwburg, samen met het oude centrum van de stad, verwoest door het bombardement van Rotterdam en in 1947 als noodgebouw opnieuw opgebouwd. Vanaf de jaren ’80 dient de toekomstige stad zich aan. Rotterdam krijgt een nieuwe skyline én bevolkingssamenstelling. De schouwburg verandert mee en wordt vervangen door het huidige kubistische gebouw, een uniek ontwerp van architect Wim Quist. In de multiculturele wereldstad die Rotterdam nu is, heeft directeur Jan Zoet de afgelopen tien jaar hard gewerkt aan het eigen gezicht van de schouwburg en aan de binding met de stad. Sinds 1988 gaan de producties van Scapino hier in première.
SpitZ sprak met Jan Zoet.

Hoe ziet het artistieke profiel van de schouwburg er uit?
“We zijn een schouwburg met ambitie. We hebben een eigen gezicht gekregen door het programmeren van voorstellingen waarvan wij vinden dat ze een bijzondere kwaliteit hebben. Ongeveer de helft van de producties wordt gemaakt in Rotterdam. Omdat de stad zoveel verschillende podia heeft, hoeven wij niet alles te laten zien en is onze programmering anders dan bij de meeste andere schouwburgen. We hebben geen cabaret en geen musical. We hebben een breed aanbod aan toneel, dans, opera, muziektheater, jeugd- en kindertheater en we hebben veel festivals in huis, zoals Motel Mozaïque, Poetry International, de Operadagen en het GDMW Festival. Sinds 2001 openen we het seizoen met ‘De internationale keuze’. De hele maand september laten we voorstellingen zien van internationaal invloedrijke en inspirerende kunstenaars. Daarnaast hebben we ook meer toegankelijke voorstellingen zoals het’ circus zonder zaagsel’.
En behalve podium zijn we met het ‘Productiehuis Rotterdam’ ook producent. Dat maakt de Rotterdamse Schouwburg uniek.”

Waarom willen jullie ook voorstellingen produceren?
“Het is belangrijk dat  theatermakers in Rotterdam werken, zowel de nieuwe generatie als vertrouwde Rotterdamse makers. Het helpt ze als wij ze een kans geven zich te presenteren. Behalve producties van met name Rotterdamse kunstenaars en theatermakers, is het Productiehuis ook een theaterlaboratorium voor nationaal én internationaal talent dat volop ruimte geeft aan nieuwe ontwikkelingen. We zijn tien jaar geleden begonnen en kunnen het steeds verder uitbouwen. Het gezelschap Wunderbaum is hier nu vast in huis. Het Productiehuis geeft ons ook de mogelijkheid in te spelen op de actualiteit, zoals onlangs met een speciale Obama-Victory Evening, die we samen met het Ro Theater produceerden.”

In 2006 is de schouwburg verzelfstandigd en overgegaan in een stichting. Wat voor invloed heeft dit gehad?
“Voor 2006 was de schouwburg een gemeentelijke dienst en waren we ambtenaren. De verzelfstandiging betekent iets voor de mentaliteit en het gevoel van verantwoordelijkheid. We werken nog even hard, maar nu is het meer van ons.”

Wat betekent de bevolkingsopbouw van Rotterdam - weinig middenklasse en veel nieuwe inwoners - voor de schouwburg?
“Dat is al een tendens van vlak na de oorlog. Met veel lagere klassen en slechts 5% middenklasse is het demografisch gezien lastig. Als stad investeren we met alle podia in een brede programmering. Dankzij die verdeling van het aanbod over de podia kunnen wij ons richten op een nieuwsgierig publiek, dat in marketingtermen ook wel de ‘creatieve klasse’  wordt genoemd.
We willen in de toekomst het draagvlak voor de kwaliteitskunst, zowel maatschappelijk als bij het publiek, vergroten. Dat doen we onder meer door nóg aantrekkelijker te worden als schouwburg. Daarom gaan we in 2010 de centrale hal verbouwen tot een stadsfoyer met grote videoschermen, die de hele dag open is, waar mensen kunnen afspreken, eten en drinken.  Je verhoogt de toegankelijkheid ook door in de communicatie gebruik te maken van nieuwe media, door activiteiten te organiseren rondom de voorstellingen en door flexibele aanvangstijden. Doordeweeks om vijf uur ’s middags bijvoorbeeld, blijkt voor de wat oudere bezoekers een goed tijdstip te zijn. En met het oog op de nieuwe Rotterdammers halen we ook kunst van hoge kwaliteit uit de landen van herkomst. 
Rotterdam heeft de toekomst. Ik denk dat mensen uit de middenklasse uiteindelijk wel geïnteresseerd zijn om hier te komen wonen. Er zijn zoveel mogelijkheden en Rotterdam heeft nu al de meeste jonge inwoners.”

Hoe gaat theater er in de toekomst uitzien?
“Waar is op dat moment behoefte aan? Daar hangt het vanaf. Theater moet zich verhouden tot televisie en internet. De wereld wordt steeds grootstedelijker én steeds theatraler. In het theater is nu een tendens naar meer ervaringstheater, geraakt worden in een bijna 1-op-1 situatie. Maar het kan ook de andere kant opgaan. We moeten vernieuwing toestaan en niet alleen cultureel erfgoed zijn. Er mag ook theater zijn dat de antwoorden nog niet weet en open staat voor nieuwe ontwikkelingen. We zouden een deel van het budget kunnen reserveren voor nog niet bestaande kunst. Er blijft hoe dan ook behoefte aan contact tussen kunstenaar en mens in één ruimte, aan zuiverheid en het kunnen ‘ruiken’ van een danser. Als contrapunt tegen het gejakker, de events en BN’ers.”

De schouwburg heeft drie zalen, een grote zaal met 900 stoelen, een kleine zaal met 140 stoelen en een studio met 80 stoelen. Andere podia hebben of een grote capaciteit, zoals het Nieuwe Luxor, óf een kleine capaciteit zoals Lantaren/ Venster. Heeft Rotterdam een middenzaal nodig?
“Ja, er is absoluut behoefte aan een middenzaal. Op dit moment vervult het oude Luxor ten dele die functie maar daarvan is de toekomst onzeker en de zaal is niet geschikt voor dans. Nu staan er producties in de grote zalen die net zo goed in een middenzaal zouden kunnen staan. Scapino heeft de premières in onze grote zaal maar voor als ze later met dezelfde voorstelling terugkomen is een middenzaal heel geschikt. Met een middenzaal erbij zou er bij ons meer ruimte komen voor andere programmering. Freek de Jonge zei onlangs, dat hij hier graag zou willen optreden. En waarom zou dat niet kunnen. De afstemming tussen de Rotterdamse theaters is heel belangrijk en moet blijven, maar we moeten als theaters gezamenlijk en in goed overleg nadenken over de programmering in Rotterdam. 

Hoe ziet uw ideale seizoen er uit?
“Mooie voorstellingen, tevreden publiek dat de volgende keer terugkomt, goede pers, volle zalen, en succesvolle hernemingen. Daar hoop je natuurlijk altijd op maar er loopt vaak maar een dunne scheidslijn tussen wel of geen succes. Zoals ons seizoen eruit ziet, is eigenlijk al mijn ideaal, ik zou het alleen nog verder willen uitbouwen. Een seizoen begint voor mij met ‘De internationale keuze’: de wereld in Rotterdam, inspirerende kunstenaars die passen bij een stad die kosmopolitisch wil zijn.  Daarna de vaste gasten, zoals het  RO theater en Scapino, maar ook de vele andere gezelschappen uit Nederland en België. Daartussendoor de bijzondere festivals, zoals de operadagen en het Internationaal Filmfestival Rotterdam, Motel Mozaique en Poetry.”

090216045008_2033

Jan Zoet

090216044949_2013

De Rotterdamse Schouwburg