Choreograaf 'in residence'

080705162310_413

Bijzonder line-up tijdens de uitreiking van de Nijinsky Awards in Monte Carlo (december 2006) v.l.n.r. de choreografen Jean-Christophe Maillot (directeur van het Ballet de Monte Carlo en gastheer), Gil Roman en Marco Goecke, Prinses Caroline van Monaco, choreografen Trisha Brown, John Neumeier (directeur van het Hamburg Ballett) en modeontwerper Karl Lagerfeld, die de kostuums ontwierp voor het ballet van Maillot dat het prijzengala opende.

Marco Goecke

Songs for Drella (2011)
Suite, Suite, Suite (2010)
Pierrot Lunaire (2010)
Supernova (2009)
De Notenkraker (2008)
Blushing (2008)
Bravo Charlie (2007)
Beautiful Freak (2007)
Äffi (2006)
Ring them Bells (2006)
Der Rest ist Schweigen (2005) - LIMBO

Marco Goecke is in de internationale danswereld ongetwijfeld een van de meest geprezen jonge choreografen van dit moment. Zijn choreografieën zijn sensationeel eigenzinnig en vernieuwend. In een duistere sfeer, vol van suggestie en magie, raakt hij met absurdistische – en nooit eerder vertoonde dans – de toeschouwer diep van binnen.

In 2005 werd de uit Wuppertal afkomstige en aan het Haags Conservatorium opgeleide jonge Duitse choreograaf Marco Goecke huischoreograaf bij het Stuttgarter Ballet en 'choreograaf in residence' bij Scapino. In 2008 verlengde Goecke zijn contract bij Scapino waar hij tot 2012 jaarlijks tenminste twee stukken zal maken.

'choreograaf in residence'
Zijn eerste, spraakmakende choreografie als 'choreograaf in residence' voor Scapino, 'Der Rest ist Schweigen' (2005) werd als één van de hoogtepunten uit het seizoen 2005/2006 geselecteerd voor de Nederlandse Dansdagen. Scapino presenteerde van Marco Goecke: 'Äffi' en 'Ring them bells' (2006 en 2007), de Nederlandse première van 'Beautiful Freak' (2007) in 'Heartland', in 'Waveland' (2007) de wereldpremière van 'Bravo Charlie' en in '4x20 Colourproof' (2008) de Nederlandse première van 'Blushing'. In december 2008 de Nederlandse première van De Notenkraker. In  2009 ’Supernova’ in het programma ‘4x20 Storyproof’ en in 2010 ‘Pierrot Lunaire’ in het programma 'Reischl & Goecke, choreografen'.

De internationale pers heeft in het gezaghebbende danstijdschrift Ballett/Tanz Marco Goecke uitgeroepen tot hét nieuwe grote choreografische talent. In december 2006 heeft Goecke in Monaco de Nijinsky Award gewonnen voor meest belovende en opvallende choreograaf in het internationale dansveld. In 2007 werd hij genomineerd voor de Deutsche Theaterpreis 2007.

Marco Goecke is alleen al een ontdekking omdat zijn stijl totaal anders dan anders is. Fascinerend is de oneindige veelheid aan toespelingen en bewegingen die hij in elk ballet opnieuw combineert en uitvindt: schaduwboxen, pantomime, slapstick in razendsnelle bewegingen en abrupte tempowisselingen. Achter de coulissen schuilen bij Goecke steeds nieuwe verrassingen die als een duveltje uit een doosje komen en de toeschouwer verbazen of de schrik op het lijf jagen.

In 1988 begon Goecke aan zijn balletopleiding aan de balletacademie van de Heinz Bosl-stichting te München en vervolgens aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij in 1995 zijn diploma behaalde. Daarop volgden engagementen bij de Duitse Staatsopera te Berlijn en het Theater Hagen. In het jaar 2000 kwam zijn eerste choreografie tot stand onder de titel "Loch".
Met "Loch" deed hij ook mee aan het Internationale Choreografieconcours in Hannover.

In juni 2001 en mei 2002 volgden de choreografieën "Chicks" en "Demigods" voor het Noverre-Gezelschap met het Ballet van Stuttgart. Met "Chicks" nam hij in maart 2002 deel aan het internationale soloconcours in Stuttgart. In september dat jaar kreeg hij een uitnodiging van het Choreografisch Instituut in New York (Diamond Project) en nam hij de choreografie voor zijn rekening met het City Ballet van New York. In januari 2003 ontwierp hij een solodans voor de opera "De verkochte bruid" bij het Staatstheater van Stuttgart onder regie van Andrea Breth.

In juli 2003 won hij de Prix Dom Perignon in Hamburg met het stuk "Blushing", uitgevoerd door het Ballet van Stuttgart. Voor het Kerstgala 2003 in het Staatstheater van Stuttgart kwam de Pas de Deux "Ring them bells" tot stand. In maart 2004 werd het stuk "Mopey" opgevoerd, een solo voor het City Ballet van New York met de Peter Boal Company in het Joyce-theater te New York. In april was de opvoering van het stuk "Ickyucky" voor het Noverre-gezelschap. Het stuk "Mopey" werd opgevoerd op het Jacob's Pillow Festival (VS), alsook bij de Biennale in Venetië. Marco Goecke kreeg een uitnodiging van Pina Bausch voor haar Festival 20 Jaar Danstheater Wuppertal in oktober 2004 met de dansstukken "Blushing" en "Mopey". In februari 2005 maakte hij de choreografie "Sweet Sweet Sweet" voor het Ballet van Stuttgart en won hij de cultuurprijs van Baden-Württemberg. In juni maakte hij het stuk 'Beautifull Freak' voor Hamburg Ballet en de solo 'Affi' voor het Dans Benefiet Gala van de Stichting Arnhems Dans Talent.

In 2006 maakte hij 'Alles' voor het Braunschweig Ballet en in juli 2006 'Viciouswishes' voor het Stutgart Ballet. In december 2006 ging bij het Stuttgarter Ballet zijn eerste avondvullende werk in premiére, een eigentijdse bewerking van het sprookje 'De Notenkraker', die in december 2008 bij Scapino in première gaat.

In 2007 maakte hij 'Sonnett' voor de voorstelling 'Shakespeare made in Leipzig' van het Leipzig Ballet.

Voor 'De Notenkraker' werd Goecke genomineerd voor de Duitse theaterprijs DER FAUST 2007.

2008 hernam het Staatstheater am Gärtnerplatz  'Sweet Sweet Sweet'. Hij maakte ook 'Alben' voor het Stuttgarter Ballett, 'Suite Suite Suite' voor het Leipziger Ballett, 'Whiteout' voor Les Ballets de Monte Carlo en 'Nichts' voor het Nederlands Dans Theater II.

In 2009 creëerde hij voor Scapino 'Supernova', 'Fur' voor het Noorse Nationale Ballet te Oslo, 'Fancy goods' voor Stuttgart Ballet, 'Spectre de la rose' voor Les Ballets de Monte Carlo, 'Le Rossignol' voor Leipzig Ballet en de solo 'Tué' voor Bernice Coppieters ter ere van prinses Caroline van Monte Carlo.

In 2010 maakte Goecke 'Pierrot Lunaire' voor Scapino en 'Orlando' (gebaseerd op het boek van Virginia Woolf) voor het Stuttgart Ballet en ‘Für Sascha’ voor het New York Choreographic Institute. Ook ging in 2010 zijn stuk 'Suite, Suite, Suite' in premiere bij Scapino.

In 2011 creëerde Goecke samen met Ed Wubbe het avondvullende 'Songs for Drella'.

 

 

080702105629_476

Marco Goecke

110916091251_2606

Besim Hoti

'Songs for Drella' - Marco Goecke & Ed Wubbe

110916091320_2609

Mischa van Leeuwen & ensemble

'Songs for Drella' - Marco Goecke & Ed Wubbe

110916092022_2533

Leslie Humbert & Brandon O'Dell

Suite Suite Suite van Marco Goecke

110916092012_2534

Suite Suite Suite van Marco Goecke

100313011413_2352

Rupert Tookey

in 'Pierrot Lunaire'

100313011428_2372

Rupert Tookey & Ralitza Malehounova

in 'Pierrot Lunaire'

090705233445_2200

Min Li

Supernova van Marco Goecke

090705233459_2079

Ensemble

Supernova - Marco Goecke

081203053631_2032

Annemarie Labinjo-van der Meulen en Rupert Tookey

in De Notenkraker van Marco Goecke

081203053710_2029

Lucas Jervies en ensemble

in 'De Notenkraker'

080705162432_1172

Bryndis Brynjolfsdottir

in 'Blushing' van Marco Goecke
080705162421_1176

Mitchell-lee van Rooij, Lucas Jervies & Brandon O'Dell

in 'Blushing'

080705162400_910

Tadayoshi Kokeguchi

in ‘Beautiful Freak’
080705162406_1677

Mischa van Leeuwen

in 'Beautiful Freak'

080702105859_1190

Annemarie Labinjo-Van der Meulen

'Bravo Charlie' van Marco Goecke
080705161634_1205

Rupert Tookey & Sherida Lie

in Bravo Charlie van Marco Goecke
080705161718_1386

Nicole Kohlmann & Rupert Tookey

in 'Ring them bells' van Marco Goecke
080705162328_1380

Nicole Kohlmann & Rupert Tookey

in 'Ring them Bells'
080705162054_1327

Tadayoshi Kokeguchi

in  Äffi

080705162014_1326

Tadayoshi Kokeguchi

in  'Äffi'

080705162216_344

Rupert Tookey

in Der Rest ist Schweigen

080705162157_401

Marlies Achthoven

in Der Rest ist Schweigen