70 jaar Scapino

Scapino Ballet Rotterdam, het oudste dansgezelschap van Nederland, bestond in seizoen 2015/2016 zeventig jaar! Om dat te vieren maakte artistiek directeur en choreograaf Ed Wubbe de locatievoorstelling TING!, een samenwerking met de popband NITS en Codarts Circus Arts.

Een schelm van 70 jaar

Door Annette Embrechts (Dans- en theaterjournalist de Volkskrant)

Inventief en beweeglijk

Een kort profiel van Scapino Ballet Rotterdam is eigenlijk ondoenlijk. Alleen al de tientallen choreografieën van de huidige artistiek leider, Ed Wubbe, zijn moeilijk onder één noemer te vangen. Laat staan alle werk van de artistiek leiders uit de zeventigjarige geschiedenis en de gast- en huischoreografen, waaronder de jongste ooit (Nanine Linning, bij haar aanstelling in 2001 pas 23 jaar).

Ook de talloze schermutselingen die het oudste reizend dansgezelschap van Nederland heeft overleefd, zoals de rumoerige verhuizing van Amsterdam naar Rotterdam begin jaren negentig, zijn nauwelijks op te sommen; ze hebben het gezelschap inventiever gemaakt. Toch komt er één aspect steevast bovendrijven bij het doorspitten van de archieven van het in 1945 als jeugddansgroep opgerichte gezelschap dat vanaf 1970 die piepjonge doelgroep langzaam achter zich liet: het beweeglijke en stoere imago van de groep. Niet voor niets is Scapino het eerste dansgezelschap dat moderne dansoptredens tot een begrip maakte op het eigentijds popfestival Lowlands.

Scapino op Lowlands 2009

Met Hollandse nuchterheid heeft de groep tegenwind weten te omzeilen en bij de tijdsgeest weten aan te sluiten. Niet alleen omdat oud-dansers in populaire televisieprogramma’s verschijnen, zoals Penney de Jager in TOPPOP en Jan Kooijman in Goede Tijden Slechte Tijden, So You Think You Can Dance en Everybody Dance Now. Ook groepsstukken als Kathleen (1992), Romeo en Julia (1995), Rosary (2000), Manfyfacts, live in the 3D City (2001) en Songs for Drella (2011) ademen die urbane, opwindende en speelse sfeer.

Rood-wit-groen-zwart

In 1945 togen twaalf, door de oorlog uit training geraakte, dansers aan het werk onder de bezielde leiding van de kleurrijke Hans Snoek - die eigenlijk dirigent wilde worden – en kunstenaar Nicolaas Wijnberg. In een achterhuis aan de Keizersgracht bedachten ze dat dans een lach op bleke gezichten van oorlogskinderen zou kunnen toveren. Kostuums trok Snoek uit haar bonte klerenkast. Uitstraling was belangrijker dan technisch kunnen. Wel richtte ze in 1951 de Scapino Dansacademie op, een opleiding voor theaterdans.

Grote troef was de immer wit geschminkte en in rood-wit-groen-zwart gestoken Scapino-figuur, een vertellende brug tussen het jeugdig publiek en het dansoptreden. Het gezelschap vernoemde zich naar dit levende visitekaartje: de mimende, dansende en vertellende schelm uit de Venetiaanse Commedia dell’Arte. Nederland had zijn primeur: Scapino was ’s werelds eerste professionele balletgezelschap voor kinderen. Duizenden kinderen keerden zelfs spontaan hun spaarpotjes om toen in 1954 een fel uitslaande brand een einde dreigde te maken aan hun geliefde Scapino. Tien jaar later, in 1964, gaf de groep vijftien voorstellingen in Amerika, met als hoogtepunt van erkenning een uitvoering op het Witte Huis (ook al was het podium eigenlijk te klein).

Scapino in het Witte Huis 1964

Jazz, modern en abstract

Snoeks opvolger Armando Navarro streefde met balletmeester Marian Sarstädt vanaf 1970 naar meer professionaliteit. Hij wist Nederlandse collega’s als Hans van Manen, Charles Czarny, Hans Tuerlings en Nils Christe te verleiden choreografieën te maken. In zijn twintigjarig artistiek leiderschap turnde hij Scapino om van educatieve  jeugddansgroep tot volwassen dansgezelschap voor publiek van acht tot tachtig jaar. Naast de pantomimische, klassieke sprookjes als Coppélia, De Notenkraker en Assepoester introduceerde hij jazzdans, modern ballet en abstracte dans. Hij trok buitenlandse choreografen aan, zoals Ricardo Nunez, Eric Hampton en Matt Mattox.

Toen zijn gedeelde artistieke leiding met Nils Christe begin jaren negentig te veel spanning en conflicten opleverde, werd huischoreograaf Wubbe gevraagd de leiding over te nemen. Eerst interim, in 1992 definitief.

Wubbe gooide het roer om. Niet alleen toog hij voor een betere financiële basis van Amsterdam naar Rotterdam, ook veranderde hij het repertoire van klassiek georiënteerd naar eigentijds. Zijn rauwe groepsstuk Kathleen, zomers nog in Amsterdam gemaakt voor 6 meiden en 10 jongens, werd zijn vuurproef. Wubbe bouwde het in de herfst van 1992 in Rotterdam uit tot een opwindend stedelijk statement. Met zijn betonnen graffitimuur werd Kathleen een icoon van urbane dynamiek; Wubbe zette Scapino ook internationaal op de kaart.

Gasten en verrassingen

John Cale en Ed Wubbe, augustus 1997

Wubbe zorgde regelmatig voor muzikale verrassingen zoals zijn samenwerking met John Cale van The Velvet Underground, die voor Nico (1997) nieuwe muziek componeerde. Wubbe vroeg ook gastchoreografen werk te maken: van Itzik Galili en Krisztina de Châtel tot de vaste huischoreografen Georg Reischl, Nanine Linning en Felix Landerer. Het door hem in Duitsland gescoute talent Marco Goecke introduceerde hij met groot succes in Nederland. Nu Goecke door het Nederlands Dans Theater is weggekocht, bindt Wubbe opnieuw een talent aan Scapino, dat mogelijk anders voor Nederland verloren was gegaan: de in Israël geboren Itamar Serussi. Ondertussen maakte Wubbe bij de L’Opéra Comique in Parijs met de Canadese sterregisseur Robert Carsen de opera Les Fêtes Vénitiennes  en was een duet van zijn hand te zien tijdens de bejubelde overzichtstentoonstelling van Marlene Dumas. Niet in Nederland, wel in Zwitserland. Want het beweeglijke, eigentijdse Scapino is van een jeugddansgroep uit een Amsterdams achterhuis in zeventig jaar uitgegroeid tot een opwindend en grenzeloos gezelschap.

 

Menu